peterjoosten.reismee.nl

De Verrassing

Terwijl het vliegtuig maar doorging met dalen, vroeg ik me af wanneer ik de grond nu eens zou zien. Onder ons lag nog een matras aan witte wolken. Eenmaal onder de wolken wist ik genoeg. Ik ben weer terug in Nederland.

Toen de vliegtuigbanden de Nederlandse grond kusten, druppelde de regen voor de raampjes langs. "Een ideale overgang" dacht ik. Een dag eerder hing ik nog in een hangmat, scheen de Afrikaanse zon in mijn gezicht en was Nederland nog heel ver weg. Een reis van ongeveer tien uur later, kon ik door de vliegtuigslurf Schiphol binnenlopen. Overal blanke mensen, koud, schoon, georganiseerd en bedrijvig. Maar zo vertrouwd.

Eigenlijk zou ik twaalf augustus pas landen. Maar omdat ik al eerder een week had gereisd, vier weken alleen reizen wat aan de lange kant vond en omdat mijn moeder afgelopen dertig juli vijftig werd, was de optelsom snel gemaakt. In alle geheim werd het plan gesmeed. Mijn vader betaalde mijn vluchtomzetting, mijn vriendin was heel blij en alle andere vrijwilligers enthousiast over het plan. Over de verschillende manieren om mijn moeder te verrassen op haar vijftigste verjaardag hebben we urenlang over kunnen praten.

Toen was het ineens zover. Na een nacht vliegen met een hele vroege overstap op Heathrow, maar vooral na twintig weken, vloog ik om half twaalf mijn vriendin weer in de armen. Een dag acclimatiseren in het Zwolle zorgde voor de ideale opmaat voor de grote finale. Mijn vader zou zogenaamd Chinees én mijn vriendin ophalen. Mijn moeder had gebeld of ze ook op haar verjaardag wilde komen. Omdat dit perfect in het plan paste, reageerde ze enthousiast.

Mijn vader zette me vijftig meter eerder af. Met een bonzend hart en mooi boeket bloemen in mijn handen wachtte ik even om daarna naar het huis van mijn ouders te lopen. Het huis waar ik al enkele maanden niet was geweest. Ik drukte de deurbel in, mijn vader deed open en hij vertelde mijn moeder dat een collega van haar er was.

Tranen biggelden over onze wangen, mijn vader was tevreden met zijn cadeau en mijn broertjes mond viel open toen hij mij zag. De bos bloemen die ik voor mijn gezicht hield waren bijna vergeten en mijn moeder was de hele avond euforisch: "Ik dacht dat kán toch niet!" Ook de rest van de bezoekende familie was blij verrast en heel benieuwd naar mijn verhalen.

Zelf heb ik volop genoten van mijn tijd in Afrika en hopelijk heeft dit weblog daar een goed beeld van geschetst. Het fotograferen en het schrijven van mijn reisbelevenissen vond ik erg leuk om te doen. Zelf heb ik nog véél meer te vertellen, dus als je er behoefte aan hebt kun je me tijdelijk bereiken op het nummer 06 30842778.

Nieuwe vrienden, Afrikaanse werkervaring, een Ghanese familie, veel levenservaring en onvergetelijke belevenissen ben ik rijker geworden. Het was mooi, maar het is klaar.  

Het Genieten

"Dude, weet je wat het is? Als je alleen reist kun je aan introspectie doen". Ik keek hem aan en zag dat hij het echt meende. "Waar ben ik nu beland?" vroeg ik me vertwijfeld af. Eerder met Saskia en Chiara had ik er al een nacht geslapen. Nu ben ik er alleen, overgelaten aan alle rare mensen die het beachresort Big Milly's aantrekt. Andere internationale vrijwilligers, gewone vakantievierders, vieze oude Engelse mannen die om tien uur in de ochtend aan het bier beginnen, hippies die wiet roken en rastafari's die wiet roken. Gezelligheid troef dus. 

De Afrikaanse drum en dansgroep begon en in het tromgeroffel verloren de woorden van Todd hun kracht. "Eindelijk" verzuchtte ik. Todd is wel prima kerel, maar waar mijn geschonken traditionele kledij onderin de koffer ligt, paradeert hij ermee over het strand. Zo'n type is het. Dat is wel het voordeel van Kokrobite, een plaatsje aan de kust van de Atlantische Oceaan. Het telt meer resorts dan inwoners. Alles kan en alles mag.

Voor mij is het ook even wennen, na wat dagen opgetrokken te hebben met Freek, Saskia, René en Chiara. Toch heb ik het als alleenreizende zo slecht nog niet. Met alle plezier lig ik op het strand, duik ik in de golven, hardloop ik door de branding of lees een boek. Alleen.

Als ik wil integreren hoef ik alleen maar naar de bar te lopen. Wat dat betreft is Kokrobite niet anders dan de rest van de wereld.

Hoe anders is het aan deze mooie kust in vergelijking met het verleden. Honderd kilometer westwaarts, voorbij Cape Coast ligt Elmina. In het heerlijke kustplaatsje staat het fort statig vooruitgeschoven in de branding. In eerste instantie gebouwd door Portugezen, maar overgenomen door de Nederlanders. Een stukje historie waar ik kippenvel van kreeg.

Natuurlijk is het heel lang geleden, maar toch. De gids vertelde geanimeerd over de cellen van de slaven, de door of no return en over de kogel op de binnenplaats. De gouverneur koos enkele slavinnen uit om te verkrachten, maar weigerden ze dan werden ze voor dagen vastgeketend aan de kogel. Sowieso was alles er op gericht om de slaven uit te putten, zodat de kans op een opstand klein was. Pure onmenselijkheid. Toen ik het fort verliet, zag ik de vriendelijkheid en hartelijkheid van de Ghanezen ineens in een ander daglicht.

Elmina en de aankomende presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten zijn de gespreksonderwerpen als ik wat brakjes aan mijn ontbijt zit. De radio zendt liedjes uit over Barack Obama en de dj roept "Rastapower in het Witte Huis!" We lachen erom. Todd heb ik gemeden, nu eet ik heerlijke muesli met de Amerikanen Gabriel, Derek, Sarah en de Noorse Linn. De eerste twee hebben twee jaren in Togo vrijwilligerswerk gedaan. "Twee jaar! Ik dacht dat ik het taai had" roep ik uit. "Toch zou ik deze twee jaar nooit willen inruilen, al gaf God mij de optie die twee jaar terug te geven" lacht Gabriel, ruikend aan een heerlijke filterkoffie. 

Later die dag besefte ik, uitkijkend op de golven van de Atlantische Oceaan en na leuke gesprekken met andere reizigers dat het toch allemaal zo gek nog niet is. Gewoon genieten, daar is geen introspectie voor nodig.

De Frikadellen

Terwijl ik door het kippengaas naar een python kijk, zegt René hoofdschuddend: "Dit is precies zo'n hok waar we in Nederland konijnen in houden." Ik keek de dierentuin rond, denkend aan de zielige dieren en aan Nederland: "Toch altijd die vergelijking met het land waar ik na vier weken reizen weer zal zijn."  Hoewel het trekken door Ghana ook wel leuk is, heb ik wel weer zin om ‘thuis' te zijn. Zelfs zin in de meest simpele dingen, zoals Nederlands eten.

Even later zien we bavianen dwangneurotisch rondjes rennen in een hok van twee bij twee, kijken we over een laag betonnen randje naar de krokodillen en zien we dat de leeuwen gevoerd worden. Een weeë vleesgeur drijft onze kant op en de leeuwen kijken verbaasd op. "Wat zijn dat? Blanken?" lijken ze te denken. De bezoekende Ghanezen proberen alle andere dieren te pesten, maar tonen hun ontzag voor de koning van de jungle. Of ligt dat eraan dat het hek niet heel erg stevig lijkt?

Van wegsprintende hagedissen, loom overstekende koeien, hele grote varkens die door de stad slenteren en stinkende geiten kijken René en ik niet meer op. We wilden andere beesten zien, maar we wisten dat een dierentuin in de derdewereldland een onprettige ervaring kan zijn.

Reizen door Ghana doe ik alleen, maar gelukkig met tussenstops bij mensen die ik al eerder heb ontmoet. Na mijn vertrek uit Bolgatanga trok ik twee dagen met Freek op in Tamale en na een tussenstop bij de watervallen van Kintampo verblijf ik twee dagen in Kumas met René. Met elkaar zijn we van Schiphol naar Ghana gereisd en na elkaar een maand niet gezien te hebben is de hereniging hartelijk: "Wat leuk! Ik vind het zo mooi weer een bekend gezicht te zien." Dezelfde avond praten we elkaar bij en beklinken we onze gesprekken met iets te veel biertjes. De volgende dag voelde ik ze nog toen we door de dierentuin liepen.

De hitte maakt het brak zijn lastig. Normaal is het al niet prettig, maar de brandende zon, de schreeuwende Ghanezen en het chaotische verkeer in Kumasi maken het niet beter. Vooral de taxichauffeurs toeteren hevig, slalommen tegen het verkeer in en schreeuwen of je met hun meewil. Een dag eerder, aangekomen in Kumasi, viel een taxichauffeur tegen me uit: "Je bent hartstikke gek! Compleet gestoord! Een rit naar dat hotel is vijf cedi!"

Na vijf maanden Ghana word ik er niet meer heet of koud van. Het hoort allemaal bij het spel. Afdingen. Alles is geoorloofd. Mijn backpack sjorde ik vast, mijn trolleykoffer en tas pakte ik vast en na twee stappen hoorde ik een diep grommende zucht: "Oké. Stap maar in. Ik doe het dan wel voor twee cedi."Stiekem haalde ik opgelucht adem, want in de verzengende hitte door een grote Afrikaanse stad banjeren in volle bepakking zag ik niet zo zitten.

Na Kumasi had ik twee dagen in Accra doorgebracht met Saskia en Chiara. Ook twee vrijwilligsters uit Bolgatanga."Waar kom je vandaan?" vroeg de taxichauffeur me toen ik op weg was naar het busstation van Accra. Hij glimlachte toen ik het vertelde: "Dat dacht ik al. Jullie volk wil altijd onderhandelen over de prijs."

Nu is dat ook niet zo raar. Want ik ben dan wel een beetje een budgetreiziger, Chiara en Saskia noemen zichzelf niet onterecht ‘luxepaarden'. Na twee dagen Accra met de twee dames, moest ik maar weer even op mijn portemonnee letten. Een groter contrast met het leven in het noorden bij mijn gastgezin is niet mogelijk. We deden  boodschappen in een supermarkt voor expats, waar een peer drie cedi kost. Ook smikkelden we van heerlijke, maar dure hamburgers en aten in de meest foute tent van Accra. In een doodgewone woonwijk was de ‘Roxburry' al van verre te zien, fel verlicht als een kermisattractie. Het establishment straalde poenerigheid, wanstaltigheid en  hoerigheid uit, maar het eten was best prima. Al was het niet zo voortreffelijk als de laatste avond.

Die avond, voor ik de volgende ochtend westwaarts richting Cape Coast zou gaan reizen, stuiterden de dames van opwinding toen ik hun hotelkamer binnenkwam rond een uur of vijf. Of ik even wilde bellen. Toen ik ze vragend aankeek, legden ze het me uit.  "Tuurlijk" lachte ik daarna net zo blij en enthousiast als zij waren. De telefoon ging over en ik hoorde aan de andere kant de receptionist van het Golden Tulip hotel. Het kwijl liep uit mijn mond, maar ik kon toch mijn vraag stellen  "We hoorden dat jullie de dutch snack frikadellen serveren. Klopt dat?"

In onze vale kleren vielen we onmiskenbaar uit de toon in het decadente hotel. Maar ze waren heerlijk.

Het Afscheid

De bus naar Tamale draaide van het busstation af. Naast me zat toevallig de directeur van de school waar ik les heb gegeven. Vriendelijk lachend stelde hij de vraag die ik de laatste dagen talloze malen heb gehoord: "Wanneer kom je weer terug?"

Ik mompel dan vaak een nietszeggend antwoord, maar zijn woorden raken me deze keer. Ik dacht na: "Zie ik Bolgatanga ooit weer? Mijn baas Ibrahim, de studenten van de business college, mijn Ghanese vader, het voetbalteam Carling FC, de inwoners van Gowrie, de kleine Wahabu?" De dagen van mijn afscheid waren heftig en dubbel. In Bolgatanga heb ik een geweldige tijd gehad, maar het is klaar. Nederland lonkt.

En behalve dat ik een mooie tijd heb gehad, blijken ook anderen mijn tijd hier te waarderen. De overgebleven vrijwilligers hebben een zelf geklust Memoryspel gegeven en op initiatief van mijn gastbroer Michael speelde ik een half uur mee met Carling FC. "Je was een groot fan van ons team. Dit wordt je testimonial match, je afscheidswedstrijd". Wat hij echter pas een dag voor de wedstrijd vertelde is dat ik beide teams van drinken moet voorzien... De coach, nu eens zonder zijn karakteristieke regenjas waar hij zijn engelse collega's op televisie in ziet lopen, was niet onder de indruk van mijn voetbalspel. Wel van mijn kwaliteiten als supporter: "Sinds ik je voor de eerste keer zag, was ik echt onder de indruk. Ik heb zelden een sympathiekere blanke gezien. De spelers stelden zelfs voor de naam van het team in de jouwe te veranderen!"

Van zoveel veren in mijn kont voelde ik me behoorlijk opgelaten. Een dag later was het niet anders. De St. Nicholas Business college waar ik les heb gegeven, hadden een heuse appreciation ceremony voor me georganiseerd. Gezang van het schoolkoor, meerdere traditionele dansgroepen, mooie woorden van anderen, een speech van mij en een Afrikaans gewaad als cadeau. Het aantrekken van mijn cadeau leverde evenveel gejoel en applaus op als toen ik als houterige blanke stond te springen op Afrikaanse trommelmuziek.

Een week eerder liep mijn gastvader ook al enthousiast en gespannen op me af met een traditioneel gewaad in zijn armen. Wederom blauw met wit. Blijkbaar is die kleurencombinatie helemaal hip voor modebewuste Afrikanen in Bolgatanga tegenwoordig. Om mijn leuke tijd bij het gezin ook te benadrukken gaf ik ze ook cadeautjes. Alphons kreeg van mij een waterpas, mijn gastmoeder een stuk stof, mijn zussen oorbellen, de kinderen een bal en een deel van kleren kon verdeeld worden. Vanwege de twee grote gewaden kampte ik namelijk met een groot ruimtegebrek in mijn backpack en trolleykoffer. Mijn afscheidsavond bij het gastgezin beëindigde ik ook weer dansend. Eerder bij de school springend op tromgeroffel, nu kon mijn gastgezin genieten van mijn soepele bewegingen op Afrikaanse hiphop muziek.

Tijdens een etentje met de vrijwilligers een dag later nam ik afscheid van Mariam en Ibrahim. Mooie woorden van beiden en een beeldje zullen me herinneren aan mijn werk in Bolgatanga. Daarna zocht ik met vijf vrijwilligsters het hotel op. Eerder die dag was ik naar het verkeerde hotel gelopen, vanaf de weg geholpen door een meisje van een jaar of dertien. Een andere vrijwilligster had gereserveerd en ik was me er niet bewust van dat ik bij het verkeerde hotel was. De eigenaar reageerde argwanend, waarop ik geïrriteerd mijn gereserveerde kamer eiste. Opzij kijkend naar het meisje van dertien met mijn trolleykoffer in de handen en vervolgens kijkend naar het gezicht van de eigenaar, deed me het misverstand beseffen. Ik gaf haar wat kleingeld, stuurde haar weg en legde de eigenaar het misverstand uit. Ik was verbijsterd: "Hij dacht toch niet echt dat zij en ik?" Even later kon ik dus mijn spullen weer bij elkaar pakken en naar het andere nabij gelegen hotel vertrekken.

Mijn laatste avond in Bolgatanga sliep ik daarom niet bij mijn gastgezin, waar ik wel de mooiste afscheidsmomenten heb beleefd. Zoals het opaatje die met een trillende stem me een goede terugreis wenste, mijn gastvader die me nog vaarwel kwam zeggen op het busstation en één van de honden die helemaal meeliep van de compound naar de weg.

Maar vooral kleine Wahabu. Kippenvel kreeg ik toen hij mijn hand pakte en we hand in hand liepen naar de taxi. De taxi die me wegbracht uit Kumbosico. Ik kom er nooit meer terug.
De herinnering is mooi genoeg.

De Eindbalans

"Ja hoor, ik snap het helemaal" Mijn zijn trouwe ogen kijkt hij me aan, terwijl zijn mondhoeken langzaam in een glimlach krullen.  "Maar baas!" probeer ik "Als hier morgen twee blonde Duitse toeristen met een paardenstaart in hun haar staan, kunnen ze dan vanavond nog in Gowrie slapen? En gaat alles goed?" "Natuurlijk!" roept hij in een mix van zekerheid en Afrikaanse trots.

Mijn laatste week in Bolgatanga ben ik druk dingen aan het afronden en uiteindelijk toch niet ontevreden. Het wordt tijd voor een eindbalans, bedenk ik me als ik een uit Nederland overgevlogen stroopwafel eet, samen met een bekertje Wiener Melange. Een half uur onderhandelen en een zakje Wiener voor de douanebeambte waren daar voor nodig. Als ik haar een stroopwafel had aangeboden was er wellicht nog wat van afgegaan, maar een heerlijke Nederlandse stroopwafel? Nee, dat gaat me te ver.  

In de vier maanden hier heb ik een financieel systeem bedacht, waarin verschillende geldstromen overzichtelijk én zonder fraude naar de juiste personen moeten gaan. Protocollen bediscussieerd, een touristmap gemaakt, een budget opgesteld, promotieteksten voor op internet geschreven, activiteiten voor toeristen geëvalueerd, met dorpsbewoners overlegd, een kasboek ontworpen, een planningsschema getekend én statuten opgesteld voor een management comité. Het laatste met behulp van Freek, rechtenstudent uit Nijmegen en werkend op een businessschool in Tamale: "Probeer alles zo goed mogelijk af te dekken. Je moet niet zeggen dat je ze gaat betalen als het goed gaat met het project. Daar kunnen ze Ibrahim straks op pakken. Want wie bepaalt of het goed gaat?"

Een management comité klinkt heel gewichtig. Maar dat is wellicht nog een belangrijker deel van mijn werk hier geweest. Niet te vangen in schrift, mooie documenten of een verhaal als dit. De dorpelingen voelen en wéten dat er echt wat staat te gebeuren in hun gemeenschap. Toeristen komen, inkomsten zullen naar de dorpelingen en naar een dorpsfonds stromen.

Dat is toch ook mooi.

Al is er toch ergens dat beknellende gevoel. Tijdens een bestuursvergadering met vijf Ghanezen die het bestuur van de zogenaamde Meet Africa Project Foundation vormen, werd een deel van mijn plannen afgeschoten. Op zich geen probleem, maar dit bestuur presteerde het ook nog om één dag voor een grote vergadering met het dorp af te zeggen. Voor de vierde keer. Net toen ik me stond voor te bereiden voor mijn grote afscheidsspeech van het dorp...

Mijn onbehagen zit echter vooral in het systeem zelf. Terwijl Ibrahim even naar buiten is gegaan om met de kleermaker kletsen, mompel ik in mezelf: "Dondert het straks niet in elkaar als ik zondag in de bus richting het zuiden stap?" Verder werkend aan een final proposal voor het bestuur, waarin een flink deel van hun kritiek heb genegeerd, weet ik dat het toch wel goed komt. Daarbij vooral denkend aan het weekend van de vergadering met het bestuur.

Met enkele andere vrijwilligers besloten we er een weekendje Tamale van te maken. We sliepen in een hotel waar de Ghanese versie van Fawlty Towers zou kunnen worden opgenomen. Er was geen stromend water, maar toch stroomde de wc over. Er waren geen deurklinken, de ventilator draaide nog net niet van het plafond af en de lamp hing ook vervaarlijk losjes. Het mooiste was de bazin van het hotel. Ze was zo dik als ze chagrijnig was en daarbij kleedde haar fleurige Afrikaanse jurk nu ook niet bepaald mooi af. "Nee, je kan hier niet reserveren. Als bij ons de telefoon gaat, nemen we dus ook niet op."

Daaraan terugdenkend, begrijp ik nu grinnikend dat het toch echt wel goed komt met Gowrie. Ik denk dan vooral aan iedereen met wie ik samen heb gewerkt aan het project: mijn bazin Mariam, de coördinator Christopher, de dorpelingen, de organisatie in Nederland, mijn tijdelijke collega Liesbeth, mijn gastmoeder in Gowrie, de gidsen, het management comité, de chief en zijn elders, de begeleiders van de activiteiten in Gowrie, de studenten tegen wie we hebben gevolleybald met een groep vrijwilligers en uiteraard mijn baas, maar vooral maatje Ibrahim.

Ook al werkt alles wat ik bedacht heb niet optimaal als ik weg ben, toch bieden de inwoners van Gowrie echte Ghanese vriendelijkheid en ongekende gastvrijheid. "Ach. Wat maken die protocollen ook uit. Toeristen vermaken zich er sowieso wel" zeg ik terwijl ik Ibrahim een ferme knuffel geef. Met een brok in mijn keel.

Het Cadeau

Woelend lag ik in mijn bed te piekeren. "Wat zal ik van mijn gastfamilie krijgen? De geit die de schillen van mijn banaan altijd opeet? Of de lawaaiige haan?" De laatste drie weken bewoon ik een nieuwe kamer, pontificaal in het midden van de compound. Waarschijnlijk voor Ghanezen de prominentste plaats, voor mij knap irritant met alle activiteit op de centrale binnenplaats in de vroege ochtend. Maar meestal ben ik dan al gewekt door de trotse haan. "Zal toch fijn zijn als ze hem als cadeau geven. Dan eet ik hem morgen lekker op" denk ik als ik met grote moeite, vanwege alle stof en viezigheid,  mijn lenzen indoe.

Dezelfde dag had ik namelijk al andere eetplannen. Omdat het mijn verjaardag was, ging ik pannenkoeken bakken. "Dit doet me toch echt aan thuis denken" riep ik enthousiast tegen mijn gastzussen, de heerlijke geur van meel, eieren en bloem opsnuivend. "Je doet het helemaal niet goed" zei Adisa daarop, die hier een soort koksopleiding heeft volbracht, waarna ze de koekenpan uit mijn handen pakt. Toch ben ik niet voor één gat te vangen en vertelde mijn kleine gastbroertjes dat ik pannenkoeken salto's kan laten maken. Van Adisa mocht het absoluut niet, maar vijf zeurende kinderen later, maakten mijn pannenkoeken toch mooie salto's met een uitmuntende landing.

Een verjaardag in Ghana. Vreemd is het wel. Jitske was hier al jarig geweest en vertelde dat ik toch echt zélf een feestje van moest maken. "In Ghana is het eigenlijk zo dat alleen de rijken hun verjaardag vieren." Toch verwacht ik er wel wat van. Al dagen lang liepen de kleine kinderen om me heen te springen en verjaardagsliedjes te zingen, maar op de ochtend zelf viel dat allemaal wat tegen. Met "bulika" wensten familieleden me goedemorgen en een enkeling riep nog "happy birthday" er achteraan. Geen zoenen, knuffels of een ferme handdruk. Mijn gastvader was wel hartelijk en overhandigde me een stuk Afrikaanse stof. Dezelfde dag liet ik er een lokaal shirt van maken, die de kleermaker klaar had nadat ik met vier andere vrijwilligers in een drankgelegenheid mijn verjaardag vierde. Het shirt is zo tropisch en fout, dat ik in Nederland waarschijnlijk zal worden opgepakt als ik het draag.

Chiara heeft ook al ervaring met verjaardagen in Ghana. "Mijn Ghanese tante neemt het me nog steeds kwalijk dat ik mijn Ghanese oom drie zoenen gaf, toen hij jarig was." Als de schemering invalt, fiets ik snel naar huis waar ik frisdrank, snoepjes en biscuitjes uitdeel. Toch word ik niet echt gefeliciteerd en lijkt iedereen vooral over die heerlijkheden enthousiast te zijn. Er ontstaat zelfs ruzie om de koekjes en sommige familieleden geef ik een flesje frisdrank zonder enig bedankje als antwoord.

Tijdens dat uitdelen maak ik kennis met een ander gebruik. Al weken lang roepen mijn zussen Adisa, Bernice en Abigail dat ze me gaan overgieten met bier en daarna met meel of as. Ik heb gezegd dat het prima is, maar ik het ze wel moeilijk maak. Mijn gastvader riep nog heel beschermend dat het niet mocht, maar lachend merkte ik dat ze babypoeder over mij uitstrooiden toen ik even niet oplette. Heel even ruik ik niet meer naar de Afrikaanse savanne, maar zo fris als een baby.

Aan de andere kant liet ik ze ook kennismaken met de Hollandse cultuur. Een grote teil waar normaalgesproken in gewassen wordt, vulde ik met water. Ik gooide een snoepje in de teil, ging op mijn knieën zitten, deed mijn handen achter mijn rug en haalde het doorweekte snoepje met mijn mond van de bodem. De bedoeling was duidelijk en ik gooide tien snoepjes in de teil.

Vijf kleine Ghaneesjes doken in de teil en stootten hard met de hoofden tegen elkaar. Proestend kwamen ze boven. Ééntje met een snoepje.

Wat een fantastisch cadeau. 

De Hoosbui

"Ayineme, mogen we het nú van je doen?" Omdat het vroeg was  reageerde ik versuft dat het allemaal prima was. Mijn gastopa stond op het dak en ik hoorde een kip kakelen. Naar de wasplaats lopend bedacht ik me dat ik de vastgeketende, huilende hond van afgelopen nacht ook niet meer heb gehoord. En ik vroeg me verwonderd af wat mijn Ghanese opa op zijn leeftijd op het dak te zoeken heeft. Met een kip.

Die ochtend had ik niet meer de kans om er lang over na te denken. De kop thee dronk ik op, kleedde me aan en haastte me naar mijn nieuwe uitdaging. De laatste zes weken van mijn verblijf ik Bolgatanga geef ik vier ochtenden in de week les in Business Management op de St. Nicholas Businesscollege in Zuarongo. De rest van de week heb ik nog genoeg tijd om aan het toerismeproject in Gowrie te werken.

Hoewel er een rooster is, wordt die door de leraren grotendeels genegeerd. Langs de drie klassen lopend zie ik welke klas geen leraar heeft en begin ik aan mijn les van driekwartier. Alle docenten worden ‘master' genoemd en als ik naar een andere klas wil lopen, springen de studenten op om mijn tas en boeken te dragen. Vooral meisjes trouwens.

Het strakke ordesysteem heeft ook nadelen. Zelf nadenken en discussiëren lijkt verboden. En omdat in een klas van dertig maar één persoon een boek heeft, citeer ik het grootste deel van de les uit het boek om het daarna verder toe te lichten. De vijf functies van management heb ik net gehad en momenteel behandel ik de werking van preferente aandelen en staatsobligaties. De bazin van de school ‘Madam' komt eens in de week in de klassen langs en ik zie de studenten dan altijd verschrikt of lacherig opkijken. Want degene die hun schoolgeld nog niet hebben betaald, moeten dan de klas verlaten. Soms krijgt ook de hélé klas straf van haar en mogen ze geen les krijgen die dag. Enerzijds jammer, anderzijds kan ik er nu de humor er wel van inzien.

De studenten ook wel. Tijdens één van mijn lessen kwam de wind heel sterk opzetten, gevolgd door een grote hoosbui. Hoewel we droog onder een dak zaten, vluchtten alle studenten weg naar de bovenverdieping. Daar wonen de meeste studenten en vanwege de regen konden ze nu eindelijk eens goed hun kleren wassen. Dat vertelden ze mij althans.

Ondertussen werd ik begeleid naar het kantoor van het hoofd van de school. De headmaster vertelde me dat hij ook docent was, maar het nu te druk had. Begrijpend knikkend zat ik naast hem tot hij zijn computer aan deed. Ik was in mijn lesboeken aan het lezen, toen een Nigeriaanse film op het scherm verscheen en uit de speakerset van de computer knalde. Na de film ging hij een MotoGP spelen.

Hoewel ik me verwonderd zat af te vragen hoe het kan dat Ghanezen net zo dramatisch in een computerspel rijden als ik het echt, kreeg ik opeens een helder moment en herinnerde me de woorden van mijn opa in de vroege ochtend. En ons gesprek van een dag eerder: "Ayineme. We zijn verloren! Maar wat hebben we fout gedaan?"  Ik keek versuft op of hij tegen mij aan het praten was. "Het gewas en de dieren lijden, omdat het regenseizoen uitblijft." Ik zei dat het mij ook nog te warm was en dat we helaas nog niet in staat zijn iets te doen. "De Goden hebben ons ook geen teken gegeven" riep hij uit. Misschien zijn ze niet tevreden, dacht ik en blijkbaar dacht mijn opa hetzelfde.

Het duurde even voor ik het begreep, die ochtend in het kantoor van de headmaster. Een kakelende kip op het dak, mijn opa die iets wilde doen en toestemming aan mij vroeg, een huilende hond die er niet meer was. Gevolgd door een flinke regenbui een aantal uur later.

De Goden zullen dus wel tevreden zijn geweest.

Het Bedankje

"Ibrahim en Christopher wil ik graag bedanken voor hun introductiespeeches" zei ik vastberaden. Maar dat was gespeeld, want stiekem keek ik gespannen rond terwijl mijn tijdelijke gastmoeder Grace mijn engelse woorden in de lokale taal vertaalde.  Om de menigte los te krijgen, had ik me bedacht dat een grapje in het begin van een toespraak altijd wel goed werkt. "Het waren vast en zeker mooie woorden. Daar ga ik maar vanuit, want ik heb er niets van verstaan." En toen...

Doodse stilte.

Daar had ik niet op gerekend. De groep dorpsbewoners keken me serieus en zwijgend aan. "Ze zullen wel niet in zijn voor grappen. Zeker geen slechte" bedacht ik me en vervolgde snel mijn verhaal over het project, wat onze vorderingen zijn, hoe het dorp kan helpen en wat de toekomstplannen zijn.  Op het eind schudde de grote Baobab onder het applaus en werd God bedankt voor mijn hulp aan het dorp.

Tja, met zinnen als "Ik ben niet de baas, Meet Africa is niet baas, jullie zijn de baas" haalde ik natuurlijk moeiteloos de geschiedenisboeken van Gowrie. En dat op een dag die begon om drie uur in de ochtend, toen een haan onophoudelijk begon te kraaien voor de deur van mijn hutje. Om vijf uur werd ik gewekt door Grace en om zes uur in de ochtend ging ik met de traditionele vissers van Gowrie mee om de netten binnen te halen. Een opkomende zon, de gevangen vissen spartelend voor mijn voeten en een mooi meer met kabbelende golfjes. Echt geweldig.

Om negen uur zou de vergadering beginnen. Ibrahim, de Ghanees met wie ik aan het project werk, was er nog niet en toen ik belde vertelde hij dat hij iets later was: "Ongeveer een uur. Maar beginnen jullie maar alvast." Ik liep naar de plek waar de vergadering zou worden gehouden en zag tot mijn grote schrik al veertig dorpsbewoners met elkaar kletsen. "En het is al half tien! Straks moet ik mijn verhaal alléén doen" schrok ik en bedacht me dat in Nederland iedereen al zou zijn weggelopen. Tot mijn grote opluchting zei Christopher, de coördinator van ons project in het dorp: "We wachten gewoon op Ibrahim en tot jij goed gegeten hebt." Een heerlijke spaghetti van Grace en anderhalf uur later begon de vergadering.

Een dag eerder was ik ook in Gowrie om veldonderzoek te doen en bleef ik slapen bij één van de gastgezinnen waar toeristen ook zullen verblijven. Met de resultaten van het dorpsoverleg gingen we naar de chief. Ook mijn chief tegenwoordig, want tijdens een eerder overleg ben ik officieel erkend als lid van de gemeenschap van Gowrie. De kamer zat vol met oude mannen, de council of elders, die allemaal opstonden toen de chief zelf binnenkwam en pas gingen zitten als hij dat ook deed. Ik volgde trouw alle handelingen en stak hetzelfde verhaal in een aangepaste vorm af. Niet rechtstreeks tegen de chief zelf, maar tegen zijn tussenpersoon. Heel apart.

Na mijn verhaal gingen de veertien elders, de chief, Ibrahim en Christopher twee uur lang verder praten in hun lokale taal. Als enige blanke zat ik erbij, omdat Liesbeth inmiddels terug naar Nederland is gevlogen. Ibrahim legde me af en toe wat uit, maar rustig en bedeesd om de machtige dorpsbewoners niet teveel te storen. Na afloop werd bier gedronken, aan sterke drank genipt en gegeten van een colaboon. "Goed voor je energie" glimlachte hij terwijl de bittere smaak van cafeïne mijn keel deed samentrekken. 

"Laten we vooruitgang voor onze hele gemeenschap nastreven. En laten we politieke machtsspelletjes niet de boventoon laten voeren. En bovenal, laten we deze blanke man bedanken voor al het werk dat hij voor Gowrie verricht" zei de chief, met een luide gezaghebbende stem. 

Soms frustreert het werken in Afrika enorm, maar dit soort momenten zullen me altijd bijblijven. 

Volgende pagina »

Laatste reisverhalen

Alle reisverhalen

Laatste foto's

Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Ghana - reizen

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: